Zorg-en-de stad

Zorg en de stad

In deze enerverende tijd, waarin de verandering de constante is geworden, gaan vele heilige huisjes op de schop. Afgelopen week werd ik geïnterviewd door een studente van de universiteit Maastricht in het kader van haar eindwerk. Het betrof het thema centrummanagement. Recent ben ik voorzitter geworden van de coöperatie centrummanagement Sittard. Jawel, een coöperatie en geen stichting. Leden denken mee, doen mee en beslissen mee.

De schreeuw cultuur rondom een stichting zonder dat de schreeuwers verantwoordelijkheid nemen leek ons niet opportuun!

 

Haar eerste vraag was hoe het mogelijk is dat, terwijl in veel steden het dalende aantal bezoekers omgekeerd evenredig verbonden lijkt aan de toename van de leegstand, in Maastricht de leegstand toeneemt terwijl hier juist de bezoekers in aantallen toenemen. Hoe zit dat?

 

Nou, dat zit zo:

Daar waar de relatie tussen de bezoekers van de stad en het retail aanbod ooit zeer innig was blijkt een trendbreuk realiteit.

Het winkel aanbod bepaalde de bezoekersaantallen, de diversiteit in het aanbod bepaalde de diversiteit der bezoekers.

Dit alles vanwege het simpele feit dat de consument slechts via het monopolie van de winkel aan goederen kon komen. Een enkel postorder bedrijf daargelaten.

 

In de huidige tijd is het monopolie echter volledig doorbroken en is retail everyware! Thuis, op het werk, in de kroeg, in de auto, op het station, via je mobiel, op de pc enzovoort. De huidige consument kan kopen waar en wanneer hij wil en het centrum van de stad zal daarom transformeren.

 

De afname van bezoekers in vele steden hangt met name samen met 2 factoren: de marginalisering van het concept winkel als verkoopkanaal voor producten en de belevingswaarde van diezelfde stad om het verblijf aldaar te maken tot een onvergetelijke ervaring.

 

En daar komt Maastricht, net als andere historische steden, bovendrijven. Maastricht is steeds meer een stad die vanwege haar imago als mooie, authentieke, historische, cullinaire, bijna buitenlandse stad bezocht wordt. En niet omdat het winkelaanbod nou zo bijzonder is….

 

Het bovenstaande betekent ook dat voor beide typen steden andere invullingen voor de leegkomende gebouwen moeten worden ontwikkeld. De historische binnenstad heeft een decor dat belevingswaarde en emotie ademt. Het vertrekpunt voor een ontwikkelingsavontuur dat moet leiden tot een zintuiglijke ervaring die mensen steeds weer opnieuw verrast.

Denk bijvoorbeeld aan het herintroduceren van de maakindustrie in het centrum. Eten en drinken, bekijken en bekeken worden. En een culturele smeltkroes van evenementen. Heerlijk.

 

De moderne binnensteden die een dergelijk decor ontberen moeten op zoek naar functionaliteit en gemak, een faciliterende omgeving voor een lang en gelukkig leven met alle voorzieningen op loopafstand. Een plek ook om functioneel werken te combineren met wonen. Werken en wonen in, onder en boven, voormalige, winkels. Met veel ruimte om te ademen. Herintroductie van groene ruimte, en goed bereikbaar met alle soorten van vervoer. Een plek ook voor alle leeftijden.

Denk bijvoorbeeld aan het integreren van zorghuizen of ziekenhuizen in het centrum van een dergelijke stad. Een bijzonder “stedelijk gezond worden gebied”, als functionele tegenhanger van de historische zus, samen een hechte stedenfamilie smedend.

 

En zo kwamen we in een enerverend gesprek niet verder dan 1 vraag. De rest doen we een andere keer…